Kiyoh logo
100% startgarantie 140 locaties gratis advies 040 720 08 55

Arbeidsongevallen in risicovolle sectoren

Inleiding

Ieder jaar gebeuren er duizenden arbeidsongevallen in Nederland. Sommige zijn niet zo ernstig, andere zorgen voor enkele dagen verzuim en enkele arbeidsongevallen halen het nieuws. Deze hebben meestal geen goede afloop. Iedereen is het er over eens dat dit een probleem is. Er wordt dan ook flink ingezet op trainingen, checklists voor veiligheid op de werkvloer en meer. Door de toenemende aandacht is er veel informatie te vinden over arbeidsongevallen, maar door al deze informatie is het vaak moeilijk om duidelijke antwoorden te krijgen op vragen zoals “Wie wordt het vaakst slachtoffer van een arbeidsongeval, een man of een vrouw?” of “Waarom heeft de afvalverwerkingssector zo veel ongevallen?”. Je ziet als het ware door de bomen het bos niet meer. In deze paper wordt duiding gegeven bij praktische zaken rondom arbeidsongevallen, maar wordt er ook gekeken naar de verschillen tussen branches, groepen, bedrijfsgroottes en meer.

Arbeidsongevallen algemeen

1. Wat is een arbeidsongeval?

1.1 Betekenis / Definitie

De wettelijke definitie(1) van een arbeidsongeval is als volgt: “een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en heeft geleid tot ziekteverzuim, of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad”. Arbeidsongevallen moeten worden gemeld aan de Inspectie SZW. Deze registreert alle informatie en bepaalt of er voor het ongeval een ongevallenonderzoek moet plaatsvinden. Dit onderzoek moet duidelijkheid verschaffen over o.a. de oorzaak van het ongeval, de mogelijke overtredingen waardoor het ongeval is gebeurd en wie er schuldig is aan het ongeval.

1.2 Wat is de Arbowet?

De Arbeidsomstandighedenwet, ook wel Arbowet genoemd, is een kaderwet met regels voor werkgevers en werknemers, om zo de veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers te bevorderen(2). De nieuwste versie van de Arbowet ging op 1 juli 2017 in. De Arbowet bevat doelvoorschriften, die door de werkgevers en werknemers tot op een zekere hoogte kunnen worden bepaald. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een arbocatalogus. Deze beschrijft hoe aan de doelvoorschriften kan worden voldaan, aan de hand van praktijkvoorbeelden, normen en handleidingen.

1.3 Wanneer is er sprake van een arbeidsongeval?

Volgens het Arboportaal(3) wordt een ongeval pas als arbeidsongeval gerekend als het ongeval plaatsvindt op het werk of tijdens werktijd. Een ongeval tijdens woon-werkverkeer is hiervan uitgesloten, dit valt onder de privéritten.

1.4 Verschil tussen een arbeidsongeval en een beroepsziekte

Er is soms verwarring tussen arbeidsongevallen en beroepsziektes. Een arbeidsongeval is, zoals hierboven vermeld, een ongeval tijdens de werktijd. Het is echter ook mogelijk om ziek te worden of een aandoening te krijgen, als gevolg van invloeden of factoren op en rondom het werk. Er worden meerdere ziekten en aandoening gerekend tot een beroepsziekte, zoals:

  • een burn-out;
  • chronische overbelasting of repetitive strain injury (RSI); een aandoening door herhaalde overbelasting;
  • aandoeningen door blootstelling aan bepaalde producten, bijvoorbeeld asbest, terpentine of oplosmiddelen.

Volgens het Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018(4) zijn de sectoren zorg, industrie, bouw, handel en zakelijke dienstverlening verantwoordelijk voor twee derde van alle nieuwe beroepsziekten. Er zijn ook beroepsziekten met een dodelijke afloop. De meeste slachtoffers sterven aan kanker (jaarlijks 2.700 personen), hart- en vaatziekten (jaarlijks 780 personen) en problemen met de ademhalingswegen (jaarlijks 640 personen). Veel van deze slachtoffers werden tijdens hun leven blootgesteld aan bijvoorbeeld asbest, lasrook en/of kwartsstof.

1. Overheid.nl, Arbeidsomstandighedenwet, 2019 2. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wat staat er in de Arbowet? 3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbeidsongevallen 4. Inspectie SZW, Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018, 2018, p3

2. Hoe ontstaan arbeidsongevallen?

2.1 Incidenten (ijsbergtheorie)

Als we spreken over arbeidsongevallen, wordt vaak de ijsbergtheorie aangehaald. Deze houdt in dat ongevallen met een dodelijke afloop of met zeer ernstig letsel, slechts het tipje van de ijsberg zijn. Bij een ijsberg is het mogelijk dat je slechts een tipje boven water ziet, terwijl er nog een gigantische ijsberg onder water zit. Bij arbeidsongevallen zijn onveilige situaties, bijna-ongevallen en de lichte ongevallen het ‘deel onder water’. Vaak zijn immers slechts de grote ongevallen zichtbaar, terwijl de onveilige situaties worden vergeten. Om het aantal grote arbeidsongevallen te verminderen, is het dus belangrijk dat bijna-ongevallen worden beschouwd als waarschuwingen waar men van kan leren zodat dit in de toekomst niet meer voor komt.

2.2 Arbeidsongevallen in Nederland

Volgens de Arbobalans 2018(5), hadden in 2017 maar liefst 242.000 werknemers een arbeidsongeval; wat neerkomt op 3.4% van de werknemers in de leeftijdscategorie 15-75. Van die 3.4% had 1.6% een arbeidsongeval waarbij minimaal één dag verzuim moest worden genomen.

2.2.1 Bijna-ongevallen (zonder schade of letsel)

Een bijna-ongeval is eigenlijk geen ongeval. Het is een gevaarlijke situatie, waarbij nét niets ernstigs is gebeurd. Een voorbeeld is een steen die van op grote hoogte valt, maar een werknemer net niet raakt. Een bijna-ongeval kan inzicht geven in een gevaarlijke situatie, in dit geval loszittende stenen, en moet dus worden gemeld om in de toekomst ongevallen te voorkomen.

2.2.2 Ongevallen (met schade of letsel)

Dan zijn er nog de ongevallen met schade of letsel. Deze kunnen we verdelen in twee categorieën:

  • Arbeidsongevallen zonder ernstige gevolgen: dit zijn arbeidsongevallen waarbij werknemers fysiek of geestelijk letsel oplopen maar binnen één of een aantal dagen weer aan het werk kunnen.
  • Ernstige arbeidsongevallen: zijn ongevallen met blijvend letsel, een ziekenhuisopname of overlijden tot gevolg. De RIVM(6) spreekt van circa 2.300 ernstige ongevallen per jaar, waaronder 60 dodelijke ongevallen. De Arbobalans 2018 houdt het op gemiddeld 35 dodelijke slachtoffers per jaar sinds 2015.


5. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbobalans 2018, 2019, p111 6. RIVM, Feiten en cijfers over arbeidsongevallen, 2018

3. Gevolgen van een arbeidsongeval

3.1 Niet arbeidsongeschikt

Niet bij elk arbeidsongeval wordt een werknemer als arbeidsongeschikt verklaard. Zo kan bijvoorbeeld de val van een trapje vervelend zijn voor een werknemer, maar kan hij of zij nadien gewoon weer aan het werk.

3.2 Arbeidsongeschikt

Er is sprake van arbeidsongeschiktheid als de werknemer letsel heeft opgelopen of beperkingen heeft, waardoor hij of zij gedeeltelijk of geheel niet meer kan werken. Ook door ziekte en psychische klachten kan iemand arbeidsongeschikt worden verklaard. De bedrijfsarts kan aan de hand van gesprekken onderzoeken of iemand arbeidsongeschikt is, en in welke mate. Voor een werkgever is een werknemer vaak arbeidsongeschikt als deze op de werkvloer meer tijd en geld kost dan hij/zij oplevert.

3.2.1 Ziekenhuisopname

Bij een ernstig arbeidsongeval kan het zijn dat de werknemer moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Hierdoor kan de werknemer een bepaalde tijd niet werken.

3.2.2 Blijvend letsel

Het is mogelijk dat een werknemer aan een arbeidsongeval blijvend letsel overhoudt. Blijvend letsel is letsel waar de werknemer voor de rest van zijn of haar leven ongemakken van zal ondervinden.
Blijvend letsel hebben, wil echter niet altijd betekenen dat een arbeider zijn of haar baan niet meer kan uitvoeren. Dit is afhankelijk van het soort letsel en het beroep van de werknemer. Zo kan een bouwvakker met een ernstig, blijvend beenletsel vast niet meer aan de slag in zijn of haar oorspronkelijke beroep. Een werknemer die aan een bureau werkt, kan dit nog wel, zij het met een aangepaste stoel.
Een werkgever is verplicht om een arbeidsongeval te melden bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ernstige ongevallen kunnen onderzocht worden. De werknemer met blijvend letsel kan dan letselschade claimen. De werkgever is immers meestal aansprakelijk te stellen voor arbeidsongevallen, tenzij de werknemer roekeloos heeft gehandeld.

3.2.3 Overlijden

Ieder jaar overlijden er arbeiders door arbeidsongevallen. Deze cijfers van verschillende bronnen komen niet helemaal overeen. Volgens de Arbobalans 2018(7) waren er van 2005 tot 2011 jaarlijks gemiddeld 49 dodelijke arbeidsongevallen. Dit aantal fluctueerde door de jaren heen; het laatste jaar met data was 2016, waarin er 36 dodelijke arbeidsongevallen waren. Volgens cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(8), zijn er gemiddeld 60 doden per jaar.

7. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbobalans 2018, 2019 8. RIVM, Feiten en cijfers over arbeidsongevallen, 2018

4. Arbeidsongeval melden

4.1 Wel of niet melden?

Een van de redenen waarom de cijfers van arbeidsongevallen elkaar soms tegenspreken of überhaupt niet correct zijn, is dat arbeidsongevallen niet altijd worden gemeld. Het is als werkgever echter verplicht om ernstige en dodelijke ongevallen te melden bij de Inspectie SZW. Als een arbeidsongeval niet meteen wordt gemeld, wordt de Arbowet overtreden. Als dit uitkomt, wordt er een boete bepaald op basis van de ‘Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving (9). Als een werkgever bijvoorbeeld een arbeidsongeval niet direct meldt, waardoor een toezichthouder geen onderzoek meer kan verrichten, is het boetenormbedrag € 50.000,-.

Je zou denken dat deze grote boetes ervoor zouden zorgen dat alle arbeidsongevallen worden gemeld. Dit is niet het geval, maar dit gebeurt niet altijd kwaadwillig. Volgens het rapport Staat van Ernstige Arbeidsongevallen (2017)(10) wordt geschat dat 30 tot 50 procent van de meldingsplichtige ongevallen niet wordt gemeld. Een van de redenen waarom arbeidsongevallen niet worden gemeld, is het niet op de hoogte zijn van de meldingsplicht.

4.2 Wanneer melden?

Als werkgever moet je een ongeval met ziekenhuisopname, blijvend letsel of dodelijke afloop direct melden. Als er direct na het ongeval nog geen sprake is van een ziekenhuisopname of blijvend letsel, maar de werknemer wordt later alsnog opgenomen in het ziekenhuis of blijkt blijvend letsel te hebben, dan moet dit nog steeds worden gemeld. De werkgever is niet alleen verplicht om ongevallen van de eigen werknemers te melden; als er uitzendkrachten of zzp’ers werken onder gezag werken van de werkgever, dan moeten ook hun ongevallen worden gemeld.

4.2.1 Ernstig ongeval

Een ernstig ongeval kan op twee manieren worden gemeld. Er kan worden gebeld naar 0800-5151 of het online meldformulier kan worden ingevuld.

4.2.2 Overlijden

Als er een dodelijk arbeidsongeval is gebeurd, dan moet de werkgever zo snel mogelijk bellen naar 0800-5151. Deze lijn is 24/7 bereikbaar.



4.3 Inspectie SZW

Na het melden beslist de Inspectie SZW of het onderzoek meer in detail onderzocht dient te worden. Als dit het geval is, is het belangrijk dat de plaats van het ongeval zo veel mogelijk ongewijzigd blijft. Zo kan de inspecteur de locatie goed onderzoeken. Verder gaat de inspecteur ook getuigen interviewen en bewijs verzamelen. Medewerking aan dit onderzoek is verplicht en de inspecteur kan - indien de situatie gevaarlijk is - het werk per direct stilleggen. In 2017 werden er volgens cijfers van inspectie SZW 4.225 ernstige ongevallen gemeld. Hiervan werden iets meer dan de helft van de ernstige ongevallen (2.536 ongevallen) onderzocht.



9. Overheid.nl, Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving, 2019 10. Inspectie SZW, Staat van ernstige arbeidsongevallen. Weer veilig thuis uit je werk, 2017

5.Arbeidsongevallen in cijfers

Arbeidsongevallen naar demografische gegevens

In deze paper hebben we onderzocht of bepaalde groepen werknemers meer kans maken om het slachtoffer te worden van een bedrijfsongeval. En dat leverde interessante bevindingen op!

5.1 Man/vrouw

Als het op arbeidsongevallen aankomt, hebben mannen meer kans om slachtoffer te worden van een arbeidsongeval met verzuim, zo blijkt uit de Arbobalans 2018(11). Zo hadden 1,9% van de mannelijke werknemers en circa 1,3% van de vrouwelijke werknemers een arbeidsongeval met minimaal één dag verzuim in 2017.

5.2 Leeftijden

Ook qua leeftijden, is er interessante info te vinden in de Arbobalans 2018. Jongeren van 15-25 jaar zijn het vaakst slachtoffer van een arbeidsongeval (1,9%). Bij de leeftijdscategorieën 25-55 jaar en 55-75 jaar, ligt dit percentage iets lager (1,6%). Uit een iets ouder factsheet van het RIVM(12) blijkt zelfs dat jongeren in de bouw (15 t/m 24 jaar) tweemaal zoveel kans hebben op een ongeval dat moet worden behandeld op de spoedeisende hulp dan 25+’ers in dezelfde branche. Dit is bovendien niet alleen het geval in de bouw, maar ook in andere bedrijfstakken zoals de metaalindustrie en de voedings- en genotmiddelenindustrie, zijn 15-24 jarigen vaker te vinden op de spoedeisende hulp.

In het Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018(13) is ook duidelijk te zien dat veel slachtoffers van ernstige arbeidsongevallen jong zijn. In de leeftijdscategorie 15-24 vallen er gemiddeld 37 slachtoffers per 100.000 arbeidsjaren (100.000 die een jaar werken). Volgens het rapport ‘onderstreept dit het belang van de aandacht voor veiligheid in beroepsopleidingen en een goede begeleiding bij de entree op de arbeidsmarkt’. Jongeren zijn echter niet de enige leeftijdscategorie met een hoog ongevallencijfer: ook 55+’ers scoren hoog met 39 slachtoffers van ernstige arbeidsongevallen per 100.000 arbeidsjaren. De 55+’ers zijn bovendien de leeftijdscategorie met de meeste dodelijke ongevallen: gemiddeld 1.2 dodelijke slachtoffers per 100.000 arbeidsjaren.

Er zijn echter specifieke regels voor jonge werknemers (13 tot 17 jaar) in het Arbobesluit. Eén van de regels is dat de werkgever verplicht in de RI&E aandacht moet besteden aan de arbeidsomstandigheden van jonge werknemers. Zo mogen bepaalde gevaarlijke werkzaamheden enkel worden uitgevoerd onder toezicht. Als er aan het werk specifieke gevaren zijn verbonden die door het gebrek aan werkervaring voor ongevallen kunnen zorgen, dan moet de werkgever de werknemer de keuze geven om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

5.3 Nationaliteit

Nationaliteit speelt ook een rol. Zo’n 1,5% van de Nederlanders is slachtoffer van een arbeidsongeval met verzuim, terwijl dit percentage bij buitenlandse werknemers toeneemt tot 2,2%. Een factsheet van de RIVM(14) uit 2012 gaf aan dat bij uitzendkrachten de meeste slachtoffers Poolse, Duitse en Turkse werknemers waren.

11. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbobalans 2018, 2019, p121 12. RIVM, Analyse van ongevallen met jongeren in de bouwnijverheid, 2007, p4 13. Inspectie SZW, Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018, 2018, p23 14. RIVM, Analyse van ongevallen met uitzendkrachten, 2012, p1

6. Arbeidsongevallen per sector/branche

Maar wat zijn dan de branches met de meeste arbeidsongevallen en wat is er zo gevaarlijk aan die branches? Wij zochten het uit.

6.1 Bouw

De bouwsector staat al sinds jaar en dag bekend als een sector waarin veel arbeidsongevallen plaatsvinden. Dit komt onder meer doordat deze ongevallen vaker in het nieuws worden vermeld; bijvoorbeeld als een werknemer van een steiger valt. Het is ook de sector waar al jaren de meeste dodelijke slachtoffers vallen.

Als we spreken over arbeidsongevallen met minimaal één dag verzuim, dan is de bouw niet de sector met procentueel de meeste ongevallen volgens de Arbobalans 2018. In sectoren zoals ‘Vervoer en opslag’, ‘Landbouw en visserij’, ‘Nijverheid en energie’ en de ‘Horeca’ hadden in 2017 zo’n 2.5% van de werknemers een arbeidsongeval, terwijl dit in de bouw zo’n 1.7% is.

De Inspectie SZW gaf in het rapport Staat van Ernstige Arbeidsongevallen(15) uit 2017 aan dat de economische groei van de laatste jaren voor een krapte op de arbeidsmarkt zorgt. Eén van de sectoren waarin deze krapte duidelijk voelbaar is, is de bouwsector. Dit verklaart deels de groeiende curve aan ernstige arbeidsongevallen in de bouwsector. In een onderzoek van het CBS(16) uit 2017 blijkt dat 20% van de ondernemers in de bouwsector last heeft van een personeelstekort. Bovendien zorgde de crisis ervoor dat er minder bedrijven zijn die werknemers opleiden. Werkdruk, langere werktijden, minder gekwalificeerd/slecht opgeleid personeel … Het zijn allemaal factoren die zich uitdrukken in meer arbeidsongevallen.

6.2 Industrie

In de industrie vielen in de periode 2012-2016 gemiddeld 81 slachtoffers per 100.000 banen. De industrie is dan ook één van de sectoren met de meest ernstige arbeidsongevallen. Ook deze sector heeft last van een personeelstekort, wat zorgt voor druk op de productiecapaciteit. In de industrie gaf 15% van de ondernemers aan een tekort aan arbeidskrachten te ervaren.

Het Rapport Staat van Arbeidsveiligheid geeft aan dat de metaal- en machine-industrie enkele van de sectoren zijn waar in 2017 de grootste absolute toename van het aantal arbeidsongevallen te zien was. In de metaalsector wordt er onder meer met gevaarlijke machines en gevaarlijke stoffen gewerkt, bovendien is er veel fysieke belasting, geluid en werkdruk.

Om de risico’s in de metaalsector te verminderen, heeft de Inspectie SZW een meerjarenaanpak, die loopt tot en met 2020. Zo werd er een arbocatalogus ontwikkeld met verbeterchecks om de risico’s te verminderen en zijn er verbetercoaches beschikbaar.

6.3 Afvalverwerkingssector

De Nederlandse afvalverwerkingssector is zeker niet de grootste sector van Nederland; de sector heeft immers maar ca. 33.000 werknemers, voor zo’n 1.700 bedrijven. Toch heeft deze sector relatief gezien de meeste arbeidsongevallen.

Volgens het Rapport Staat van Arbeidsveiligheid waren er in de periode 2012-2016 maar liefst 154 arbeidsongevallen per 100.000 banen in de afvalverwerkingssector. Even ter vergelijking: sectoren die bekend staan om de arbeidsongevallen, zoals de bouwsector en de industrie hadden er respectievelijk 130 en 81 per 100.000 banen. De afvalverwerkingssector is dus - relatief gezien - de gevaarlijkste sector van het land.

Er zijn meerdere redenen waarom werken in de afvalverwerkingssector gevaarlijk kan zijn. Zo zijn er grote risico’s verbonden aan de zware voertuigen, verhogingen, transportsystemen en voorbewerkingsmachines die er worden gebruikt. De afvalverwerkingssector werkt immers met hijskranen, laad- en losplatforms, balenpersmachines, vermalers etc. In de afvalverwerkingssector komen de meeste ongevallen voor door valgevaar, contact met vallende objecten, aanrijdingen door voertuigen en contact met de bewegende delen van een machine.

Bovendien komende ongelukken niet alleen tijdens werkzaamheden voor, ook onderhoudssituaties blijken uiterst gevaarlijk te zijn. Zeker als de werknemer onvoldoende op de hoogte is van de veiligheidsbenodigdheden om bijvoorbeeld onderhoud uit te voeren aan een afvalverwerkingsmachine.

Het feit dat de afvalverwerkingssector relatief veel arbeidsongevallen heeft, is niets nieuws. In de Analyse van ongevallen in de Afvalsector van het RIVM(17) over de periode 1998-2009, bleek dat er in die periode maar liefst 23.030 ernstige ongevallen zijn geweest. In deze periode bleek contact met de bewegende delen van een machine voor de meeste ongevallen te zorgen. De meeste arbeiders hielden hier blijvend letsel aan over. Opvallend in dit rapport is dat de meeste slachtoffers (43%) vielen in kleine bedrijven t/m 9 werknemers. Worden de veiligheidsregels dan beter uitgelegd bij grotere bedrijven?

15. Inspectie SZW, Staat van ernstige arbeidsongevallen. Weer veilig thuis uit je werk, 2017, p9 16. CBS, Bedrijfsleven ervaart personeelstekort, 2017 17. RIVM, analyse van ongevallen in de Afvalsector, 2009, p4

7. Arbeidsongevallen per groep

Naast de analyse van ongevallen per sector is het ook interessant om ongevallen per groep te bekijken. Er zijn namelijk groepen werknemers die een verhoogde kans hebben op een ongeval. Hieronder bespreken we de belangrijkste groepen.

7.1 Uitzendkrachten

In Nederland werken veel uitzendkrachten. Volgens een rapport van het CBS(18) werkten in 2016 maar liefst 725.000 werknemers als uitzendkracht. Dit is het hoogste aantal ooit! De sectoren waar de meeste uitzendkrachten werken zijn de industrie, de bouw, vervoer en opslag en het openbaar bestuur. Sectoren zoals de industrie en de bouw staan erom bekend veel arbeidsongevallen te hebben. Hierdoor rijst de vraag: “Gebeuren er veel ongevallen onder uitzendkrachten?”

Het RIVM(19) bundelde informatie van de arbeidsinspectie uit de periode 1998-2009 in een factsheet. Hieruit bleek dat er per jaar gemiddeld 264 ernstige ongevallen met uitzendkrachten werden onderzocht. Van die 264 ongevallen, hadden acht er een dodelijke afloop. Natuurlijk zijn we inmiddels alweer een decennium verder, maar het is niet bepaald verbeterd. Volgens het Rapport Staat van Arbeidsveiligheid(20) neemt het aantal ongevallen onder uitzendkrachten elk jaar toe. Zo was eind 2017 maar liefst één vijfde van de slachtoffers van een arbeidsongeval uitzendkracht.

7.2 Zzp’ers

Volgens het Rapport Staat van Arbeidsveiligheid(21), zijn 4% van de jaarlijkse slachtoffers zelfstandigen. Dit cijfer is al enkele jaren constant. Toch is er hierbij een belangrijke kanttekening te maken: niet alle ongevallen met zelfstandigen zijn meldingsplichtig voor de Arbowet.

Vaak wordt met een ietwat schuldige vinger gewezen naar zzp’ers als het op arbeidsongevallen aankomt. Ze zouden immers te snel werken om aan de volgende klus te kunnen beginnen. De Arbobalans 2018(22) spreekt dit dan weer tegen: volgens de cijfers, is het percentage werknemers met een arbeidsongeval hoger dan het percentage zelfstandige ondernemers met een arbeidsongeval (3.4% versus 2.2% voor zzp’ers en 1.6% voor zelfstandig ondernemers met personeel).

7.3 Niet-werknemers in het algemeen

Het Rapport Staat van Arbeidsveiligheid(23), geeft aan dat een steeds groter aantal slachtoffers van arbeidsongevallen, geen vaste arbeidsrelatie met de werkgever hebben. Zo was één op de vijf slachtoffers een uitzendkracht. Deze werknemers worden niet-werknemers genoemd. Hiertoe worden uitzendkrachten, zzp’ers en vrijwilligers gerekend.

Het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV)(24) geeft in een whitepaper aan dat de werkgevers extra aan hun niet-werknemers moeten denken. Zo is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de niet-werknemers in de organisatie en het feit dat deze kwetsbaar kunnen zijn, zeker zonder goede werkinstructies of degelijk toezicht. Een werkgever heeft zorgplicht over deze niet-werknemers.



18. CBS, De uitzendbranche in Nederland sinds 2005, 2017, p5 19. RIVM, Analyse van ongevallen met uitzendkrachten, 2012, p1 20. Inspectie SZW, Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018, 2018, p4 21. Inspectie SZW, Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018, 2018, p23 22. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbobalans 2018, 2019, p10 23. Inspectie SZW, Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018, 2018, p4 24. NIBHV, Whitepaper ‘Zorgplicht niet-werknemers’, n.d., p2

8. Arbeidsongevallen per oorzaak/type ongeval

Bij enkele sectoren gaven we al aan welke machines voor de meeste ongevallen zorgden. We gingen ook wat dieper in op de machines die over het algemeen het meeste voor arbeidsongevallen zorgden

8.1 Arbeidsmachines

Het ondeskundig omgaan met machines zorgt in veel sectoren voor een groot deel van het aantal arbeidsongevallen. In het rapport “Van gewenning naar herkenning(25)” van het RIVM uit 2018, wordt besproken dat er ieder jaar zo’n 280 werknemers lichaamsdelen (zoals vingers) verliezen tijdens werkzaamheden met machines met bewegende onderdelen. Dit soort ongevallen is goed voor zo’n 22 procent van alle jaarlijkse ongevallen en dat al sinds 1998. Onder machines met bewegende onderdelen rekenen we onder meer transportbanden en cirkelzagen. Volgens de cijfers uit het rapport “VCA Actueel 2017-1 Een ongeval met een machine(26)” van het RIVM, loopt 74% van de slachtoffers blijvend letsel op na een ongeval met een machine.

Uit het rapport blijkt, dat veel situaties waaruit ongevallen voortkomen, al langere tijd onveilig waren. Het rapport stelde daarom de belangrijke praktijklessen op:

  1. Controleer regelmatig of de afscherming van bewegende delen nog deugdelijk en effectief is.
  2. Wees specifiek bij het inventariseren en evalueren van risico’s op papier in de RI&E en in de praktijk tijdens het werk.
  3. Zorg voor goede, specifieke werkinstructies.
  4. Let op specifieke gedragingen die geregeld tot ongevallen leiden.
  5. Gebruik input van andere bedrijven in dezelfde sector.

Natuurlijk zijn machines met bewegende onderdelen niet de enige machines waarmee vaak arbeidsongevallen gebeuren. Ook liften/hoogwerkers en heftrucks zijn gevaarlijke machines. Hieronder gaan we dieper in op deze machines.

8.1.1 Arbeidsongeval hoogwerkers

Ook met liften (goederen- en personenliften, hefinstallaties voor personen en hoogwerkers) gebeuren vaak ongevallen. Volgens de Inspectie SZW zijn er jaarlijks zo’n 16 ernstige ongevallen met hoogwerkers en verreikers. Dit zijn ongevallen waarbij één of meerdere medewerkers bij betrokken zijn. De meeste ongevallen ontstaan door het omvallen van de machine. Ook het verlies van evenwicht en onvoldoende beveiliging zorgen voor ongevallen. Volgens het Tabellenboek Arbo in Bedrijf(27) van de Inspectie SZW werkten in 2018 in 18% van de bedrijven werknemers op hoogte. ‘Op hoogte’ slaat hierbij niet alleen op hoogwerkers, maar op allerlei werkzaamheden waarbij er een hoogteverschil van 2,5 meter of meer is. Hierbij hoort o.a. werken met ladders, steigers en stellingen. Bovendien worden de risicovolle omstandigheden op de grond, die te maken hebben met werken op hoogte - zoals werknemers die kunnen worden geraakt door vallende voorwerpen - hier ook onder gerekend.

Om veilig te werken op hoogte, heeft de Inspectie SZW in 2017 ook de brochure “Werken op hoogte vanuit een werkbak(28)” gepubliceerd. Hierin staan duidelijke tips om de veiligheid van hoogwerkers te controleren en om de machines veilig te gebruiken.

8.1.2 Arbeidsongeval heftruck

De Factsheet Analyse van ongevallen bij het gebruik van heftrucks(29) analyseerde de periode van 1998 tot en met 2009. In deze elf jaar waren er gemiddeld 148 ernstige ongevallen met een heftruck, pallettruck, orderpicker etc en dit vooral in de sectoren groothandel, vervoer over land en opslag en dienstverlening voor vervoer.

Het meest voorkomende ongeval met een heftruck, is de aanrijding van een voetganger door het voertuig. Daarna volgt het verlies van de controle over de heftruck, waardoor er een ongeval gebeurt. Ook het contact met vallende objecten, bijvoorbeeld als er lading van een heftruck valt, zorgt voor slachtoffers.

Bij de meeste aanrijdingen is de oorzaak dat ofwel de bestuurder het slachtoffer te laat of niet ziet, maar ook het slachtoffer heeft vaak een aandeel in het ongeval door zich in de gevarenzone te bevinden. Bij het verlies van de controle over de heftruck, is de oorzaak meestal de falende rijvaardigheid van de chauffeur.

Enkele van de aandachtspunten in het rapport om het aantal ongevallen met een heftruck te verminderen, zijn onder meer aandacht besteden aan een goede infrastructuur, waarbij er voldoende manoeuvreerruimte is en de ruimte van voetgangers en heftrucks wordt gescheiden. Bovendien moet er worden ingezet op de rijvaardigheid van de bestuurder en moeten voetgangers in de gevarenzone reflecterende kleding dragen. Het liefst worden ze zelfs geweerd uit deze zones.



25. RIVM, Van gewenning naar herkenning. Een verdiepend onderzoek naar honderd ernstige arbeidsongevallen met machines, 2018, p3 26. RIVM, VCA Actueel 2017-1 Een ongeval met een machine, p1 27. Inspectie SZW, Arbo in bedrijf 2018, 2019, p75 28. Inspectie SZW, Werken op hoogte vanuit een werkbak, 2017 29. RIVM, Analyse van ongevallen bij het gebruik van heftrucks, 2009, p1

9. Arbeidsongevallen per bedrijfsgrootte

9.1 Eenmanszaken

Zoals bij “7.2 Zzp’ers” al werd vermeld, zijn jaarlijks 4% van de slachtoffers van arbeidsongevallen zelfstandigen. Omdat niet alle ongevallen van zelfstandigen moeten worden gemeld voor de Arbowet, is dit percentage niet volledig.

9.2 Kleine bedrijven ( < 10 werknemers)

De Arbobalans 2018(30) geeft aan dat kleine bedrijven met minder dan 10 werknemers, het kleinste percentage arbeidsongevallen met verzuim hebben (1.4% van de werknemers).

Als we het hebben over het aantal ernstige arbeidsongevallen, dan spannen de kleine bedrijven wel de kroon, volgens het Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018. In de periode 2012-2018 hadden bedrijven met minder dan 10 werknemers immers 64 ernstige arbeidsongevallen per 100.000 werknemers. Ter vergelijking, bij middelgrote bedrijven waren dit 47 arbeidsongevallen per 100.000 werknemers en grote bedrijven scoren het best met slechts 11 ernstige ongevallen per 100.000 werknemers. Het Rapport geeft als redenen gebrek aan motivatie, alertheid en veiligheidsbewustzijn aan.

9.3 Middelgrote bedrijven (10-100 werknemers)

Volgens de Arbobalans 2018, hebben middelgrote bedrijven met 10 tot 100 werknemers de meeste arbeidsongevallen met verzuim. Het gaat hier om 1.8 procent van de werknemers.

Arbeidsongevallen voorkomen

Decennia lang daalde het aantal ernstige arbeidsongevallen in Nederland. De machines werden veiliger, er kwam meer aandacht voor fysieke belastingen en de Arbowet zorgde voor stevige regels. Zo ging Nederland in 2006 onder de grens van 2.000 ernstige ongevallen per jaar met 1.824 ongevallen. En toen kwam de crisis … Tegenwoordig zijn er opnieuw circa 2.300 ernstige arbeidsongevallen per jaar in Nederland, een aantal dat sinds 2015 opnieuw aan het stijgen is. Het is dus belangrijk om arbeidsongevallen te voorkomen.

Er zijn veel regels en wetten om bedrijfsongevallen te voorkomen. Zo is er de Arbowet, die de zorgplicht van de werkgever centraal zet (zie 1.3). Bovendien kan een bedrijf investeren in veiligheid aan de hand van de ‘Zelfinspectie: voorkom ongevallen’(31)- lijst van de Inspectie SZW.



9.4 Grote bedrijven (>100 werknemers)

De Arbobalans 2018 geeft aan dat 1.5% van de werknemers van grote bedrijven slachtoffer worden van een arbeidsongeval met verzuim.

Zoals hierboven al vermeld, gebeuren er in grote bedrijven de minste ernstige arbeidsongevallen.



30. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbobalans 2018, 2019, pg 122 31. Inspectie SZW, Voorkom ongevallen, n.d.

10. Veiligheidscertificeringen

Er zijn ook meerdere veiligheidscertificeringen die bedrijven en werknemers kunnen behalen waarmee het veiligheidsbewustzijn binnen de bedrijven verder wordt vergroot. We noemen hieronder de belangrijkste veiligheidscertificeringen.

10.1 VCA

Zo is er de VCA certificering. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers. VCA werd in het leven geroepen om de veiligheid op werkplekken te verbeteren en wordt gebruikt in meerdere sectoren, van de bouwsector tot de offshore sector en de meubelbranche. De laatste versie van is de VCA 2017/6.0.

Een bedrijf kan een VCA certificering behalen. Het bedrijf wordt dan getoetst aan de uitgebreide VCA checklist. Om aan deze checklist te voldoen, moeten bedrijven veiligheidsmaatregelen implementeren.

Ook de werknemers van het bedrijf volgen een VCA veiligheidscursus en examen. Bij slagen voor het examen ontvangt de werknemer een VCA diploma. Een VCA diploma is niet wettelijk verplicht, maar in veel bedrijven moet je deze wel kunnen aantonen om te mogen werken. Als werknemer geef je hiermee aan dat je weet hoe je veilig kunt werken, gevaren kunt herkennen en dat je de wet- en regelgeving kent.

Er zijn drie verschillende VCA diploma’s voor werknemers:

  • VCA Basis: deze cursus is er voor uitvoerende werknemers.
  • VCA VOL: deze cursus is er voor zzp’ers en operationeel leidinggevenden bij aannemers.
  • VIL VCU: deze cursus is er voor intercedenten of leidinggevenden bij een uitzendbureau.

10.2 ISO 45001 norm

Een andere manier om te checken hoe veilig de arbeidsomstandigheden zijn, is door het managementsysteem ISO 45001 (voordien OHSAS 18001 genaamd) te implementeren. Met de ISO-norm kan een organisatie zelf invulling geven aan de Plan-Do-Check-Act cyclus om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Zo wordt er een Arbomanagementsysteem opgesteld.

ISO 45001 wordt gezien als een iets ‘bredere’ norm aangezien deze norm is gericht op arbeidsomstandigheden en veiligheid. Denk hierbij aan het welzijn van de werknemers. Hierdoor is ISO 45001 geschikt voor alle organisaties, terwijl VCA 2017/6.0 vaker wordt gebruikt in specifieke branches, zoals de bouw, de industrie en de groenvoorziening.

10.3 Veiligheidsladder

De Veiligheidsladder is een toetsing op veiligheidsbewustzijn en gedrag van en bij bedrijven. Deze beoordelingsmethode stimuleert bedrijven en leveranciers om veilig te werken, waardoor het aantal onveilige situaties wordt teruggedrongen. Elk bedrijf krijgt een score; hoe hoger het veiligheidsbewustzijn, hoe hoger de trede is waarin het bedrijf zich bevindt. In het Handboek Veiligheidsladder vind je het volledige kader om gecertificeerd te worden op de Veiligheidsladder (32).

De Veiligheidsladder werd in 2013 uitgerold door de spoorinfrastructuurbeheerder van Nederland, Prorail. Sinds 2016 ligt het beheer echter bij NEN, omdat deze steeds meer wordt gebruikt door bedrijven buiten de spoorbranche. De huidige versie is dus niet meer alleen gericht op het spoor. Vanaf 2021 wordt de Veiligheidsladder een verplichting in veel aanbestedingen en contracten in de bouw, zo werd afgesproken door de ondertekenaars van de GCVB of de Governance Code Veiligheid in de Bouw.

10.4 Veilig met de 3 veiligheidscertificeringen

Kort samengevat, dit is wat de 3 certificeringen doen:

  • ISO45001 vertelt vooral wat je moet doen.
  • VCA2017/6.0 vertelt vooral hoe je het moet doen.
  • Veiligheidsladder toetst op het gedrag (veiligheidsbewustzijn) waardoor je in de praktijk aan kunt tonen of iets gedaan is.


32. NEN, Handboek Veiligheidsladder, 2016
Bronnenlijst:

CBS. (2017). De uitzendbranche in Nederland sinds 2005. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/43/de-uitzendbranche-in-nederland.pdf
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2017, 17 augustus). Bedrijfsleven ervaart personeelstekort. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/33/bedrijfsleven-ervaart-personeelstekort
Inspectie SZW. (2017). Staat van ernstige arbeidsongevallen. Weer veilig thuis uit je werk. Geraadpleegd van https://www.inspectieszw.nl/publicaties/rapporten/2017/06/20/staat-van-ernstige-arbeidsongevallen
Inspectie SZW. (2017). Werken op hoogte vanuit een werkbak. Geraadpleegd van https://www.inspectieszw.nl/publicaties/brochures/2017/03/09/werken-op-hoogte-vanuit-een-werkbak
Inspectie SZW. (2018). Rapport Staat van arbeidsveiligheid 2018. Geraadpleegd van https://www.inspectieszw.nl/campagnes/publicaties/rapporten/2018/04/17/staat-van-arbeidsveiligheid-2018
Inspectie SZW. (2019). Arbo in bedrijf 2018. Geraadpleegd van https://www.inspectieszw.nl/publicaties/rapporten/2019/07/16/arbo-in-bedrijf-2018
Inspectie SZW. (n.d.). Zelfinspectie | Voorkom ongevallen. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://voorkomongevallen.zelfinspectie.nl/
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2019). Arbobalans 2018. Geraadpleegd van https://www.monitorarbeid.tno.nl/dynamics/modules/SPUB0102/view.php?pub_Id=100596&att_Id=4911
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2019b, 7 oktober). Arbeidsongevallen. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbeidsongeval
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2019c, 21 november). Wat staat er in de Arbowet? Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbowetgeving/wat-staat-er-in-de-arbowet
NEN. (2016). Handboek Veiligheidsladder. Geraadpleegd van http://www.veiligheidsladder.org/wp-content/uploads/2016/06/Handboek-Veiligheidsladder_3.0-final.pdf
NIBHV. (n.d.). Whitepaper ‘Zorgplicht niet-werknemers’. Geraadpleegd van https://www.nibhv.nl/hulpmiddel/whitepaper-zorgplicht-niet-werknemers/
Overheid.nl. (2019, 1 januari). wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2019-01-01
Overheid.nl. (2019, 23 juli). wetten.nl - Regeling - Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving - BWBR0032326. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0032326/2019-07-23
RIVM & VeiligheidNL. (2007). Analyse van ongevallen met jongeren in de bouwnijverheid. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/documenten/analyse-van-ongevallen-met-jongeren-in-bouwnijverheid
RIVM. (2009). Analyse van ongevallen in de Afvalsector. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/documenten/analyse-van-ongevallen-in-afvalsector
RIVM. (2009a). Analyse van ongevallen bij het gebruik van heftrucks. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/documenten/analyse-van-ongevallen-bij-gebruik-van-heftrucks
RIVM. (2012). Analyse van ongevallen met uitzendkrachten. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/documenten/analyse-van-ongevallen-met-uitzendkrachten
RIVM. (2018). Feiten en cijfers over arbeidsongevallen. Geraadpleegd op 24 december 2019, van https://www.rivm.nl/veilig-werken/feiten-en-cijfers-over-arbeidsongevallen
RIVM. (2018). Van gewenning naar herkenning. Een verdiepend onderzoek naar honderd ernstige arbeidsongevallen met machines. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2018-0172.pdf
RIVM. (n.d.). VCA Actueel 2017-1 Een ongeval met een machine. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/documenten/vca-actueel-2017-1-ongeval-met-machine